Het begon allemaal op 27 november 2011, ik viel flauw, voelde me lamlendig, beroerd en vooral heel erg moe. De weken erna was ik nog steeds zo moe en na een fikse griep ging dat eigenlijk maar niet over. De huisarts dacht aan de Ziekte van Pfeiffer en er werd niet zo veel aandacht aan besteed.

Totdat ik op 1 januari 2012 pijn kreeg in mijn handen en voeten, toen gingen de alarmbelletjes rinkelen en ben ik doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ik heb heel veel onderzoeken gehad, maar uiteindelijk kwam er nergens iets uit. Ik kreeg de diagnose ‘benigne pijnsyndroom’ of beter gezegd, onverklaarbare pijn. De arts legde me uit dat mijn hersenen pijnsignalen binnenkrijgen, maar dat mijn zenuwen deze niet sturen. (Of dat mijn zenuwen het sturen, zonder dat daar reden toe is).

Ik kreeg een verwijzing naar een revalidatiecentrum in Tilburg, waar ik een poliklinische behandeling kreeg voor onverklaarbare lichamelijke klachten. De behandeling liep niet goed en is voor mij zelfs traumatisch geworden. Ik kwam er veel slechter uit als dat ik erin ging.

Bijna een jaar lang kon ik eigenlijk niks anders dan liggen. Ik strompelde met lopen, ik ging zittend de trap af, ik had geen puf om na de trap nog mijn ontbijt klaar te maken etc. In januari 2014 ben ik uiteindelijk opgenomen in een revalidatiecentrum in Utrecht. Twee maanden lang heb ik daar flinke stappen gezet met de verschillende therapieën. Sindsdien gaat het gelukkig een stuk beter met me en heb ik er een leuk, gezellig vriendenclubje aan over.

Nog altijd heb ik elke dag veel pijn, maar ik kan gelukkig weer de meeste dingen die ik voor de pijn ook kon. Het lukt me alleen nog niet goed om te sporten, ik ben nog vaak moe en ik heb soms meer moeite met dingen die voor iedereen eigenlijk vanzelfsprekend zijn. Maar ik ben vooral dankbaar dat het zoveel beter met me gaat en ik weer een redelijk normaal leven kan lijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.