psyche

Peace out!

Ruim een maand geleden zat ik voor anderhalve week opgenomen. Het ging niet goed. Na een heftige traumatherapie-sessie zag ik continue dingen uit mijn trauma. Ik kreeg opdrachten en ik kon het moeilijk gescheiden houden met de werkelijkheid. Met de spanning van de vakantie van mijn hoofdbehandelaar, mijn aankomende verjaardag wat ook een trigger was en een lange periode heel slecht slapen knapte het draadje. Ik wist er weinig meer tegenop te brengen en van daaruit besloten we dat een opname de beste oplossing was.

Na een nachtje op de gesloten afdeling omdat er geen plek was, mocht ik gelukkig over naar de Medium Care. Een plek waar ik al vaker ben geweest en de verpleegkundigen me kennen, wat voor een flinke opluchting zorgde. Ik maakte samen met een van mijn behandelaren en iemand van de verpleging een plan wat ik in de dagen dat ik daar was wilde bereiken, wat de verpleging me zou bieden, wat ik zelf zou proberen en wanneer ik hulp zou inschakelen. Het was overzichtelijk en het lukte me daardoor een betere en gezondere hulpvraag te formuleren dan bij eerdere opnames. Achteraf gezien al een enorme winst.

Een paar dagen later had ik helaas een dag vol vervelende triggers en lukte het moeilijk om uit een herbeleving te blijven, zelfs nadat ik alle oefeningen die ik geleerd heb, had ingezet. Het overspoelde me en ik merkte dat ik de grip verloor. Ik liet het aan de verpleging weten waarop we besloten dat ik aan tafel voor het kantoor ging zitten met een puzzeltje. Daar lopen meer mensen rond en mocht ik er volledig in schieten was ik sneller in zicht. Ik schoot er inderdaad in en toen ik gedeeltelijk terug in het hier-en-nu was weet ik nog wazig dat ik flink heb zitten huilen. Voor het eerst in al die jaren won het verdriet van alle angst en ik kan me nog één gedachte van toen herinneren: Het had nooit mogen gebeuren.

Als een waas ging alles langs me heen. Even had ik het gevoel er weer terug in te glijden en ik merkte dat ik me schrap ging zetten. De avonddienst vertrok en een van hen riep uit het niets: ‘PEACE OUT!’ Vanaf dat moment werd het helder.
‘Huh?’
‘Ik dacht, laat ik eens iets geks roepen. Wie weet helpt het.’
Het hielp en nadat ik nog even bleef zitten en me steeds verder voelde landen durfde ik uiteindelijk zelfs naar bed te gaan.

Een dag, of enkele dagen, later gaf ik aan haar terug dat het fijn was dat ze zoiets riep en dat dat wel het kantelpunt van de avond was geweest. Vanaf dat moment kon ik het me weer echt helder herinneren. Ze schreef een post-it met deze woorden erop en ik stopte hem achter in mijn telefoonhoesje. Als het nog eens gebeurde, kon ik daaraan denken.
De nachten daarna had ik, zoals elke nacht, veel nachtmerries. Maar zodra ik mijn telefoon erbij pakte en dat briefje zag, wist ik dat ik veilig was. Het sleepte me er doorheen.

Het einde van de week nam ik afscheid van deze verpleegkundige. Ze had nog vakantie en in de tussentijd zou ik met ontslag gaan, begin oktober zou ze starten met een andere baan. Hoewel het niet direct invloed op me heeft, vond ik het ergens wel jammer dat ze vertrok. Niet dat ik graag opgenomen wil zijn, maar als ik opgenomen was en zij had dienst, maakte dat soms alles net ietsje minder erg; zelfs op de momenten dat we wel eens hebben gebotst. Ik mocht mezelf zijn, ik mocht voelen wat ik voelde en daar ben ik haar dankbaar voor.

Die dag maakte ik tijdens het creatieve uur nog een persoonlijk kaartje voor haar. Lang hoefde ik niet na te denken, want met de woorden van die avond, zal ik haar nog heel lang herinneren. Het kostte wat moeite zonder mijn eigen stiften, maar uiteindelijk was ik enigszins tevreden over het resultaat.

Ik gaf het haar aan het einde van haar dienst en ze was zichtbaar blij met het kaartje. Het liefst had ik haar nog in mijn boekje willen schrijven, waar ik alle fijne behandelaren en verpleegkundigen in laat schrijven, maar die had ik helaas niet bij me. Daar baal ik nog altijd van, maar dat is helaas niet anders. Ik zou haar niet meer zien.

Na het kaartje besloot ze nog een nieuw, netter briefje te schrijven voor achter mijn telefoonhoesje. Weken later zit die daar nog steeds en helpt het me door de moeilijke momenten heen. Het laat me glimlachen, bedenken dat ik veilig ben. Maar het herinnert me ook aan de woorden van die verpleegkundige: Dat ze in me gelooft dat ik eruit ga komen. Zij zag me op een aantal zeer diepe dalen in het afgelopen jaar en ziet nog hoop. En juist door die mensen die het op dat moment nog zien, krijg ik langzaam steeds een stukje meer vertrouwen in mezelf. Als ik doorzet, weet ik dat ik er uiteindelijk ga komen.

Zolang ik het nodig heb, of totdat het briefje het begeeft (liever niet), zullen de woorden op de achterkant van mijn telefoon meehelpen om mezelf er doorheen te loodsen. En ik hoop dat ik haar ooit nog, buiten de psychiatrie, ergens tegenkom als het goed met me gaat en het met twee duimen omhoog het nog één keer kan zeggen.

Peace out!

Join the discussion

  1. Casper van Cleeveld

    De terugval was gelukkig maar tijdelijk. Je bent goed bezig! Ik lees hoe je stapje voor stapje weer terugkomt. Goed ook hoe je je door kleine positieve dingen laat omringen, doe ik ook en help mij ook enorm veel.

    Je mag trots zijn, echt.

Laat een reactie achter op Casper van Cleeveld Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.